Deze vakantie reizen we weer af naar het hoge noorden. We willen weer een stukje Noorwegen verkennen. We hebben Stavanger gekozen als startpunt. De overtocht is vanuit Hirtshals, we plannen hiervoor twee reisdagen. De zaterdag van ons vertrek begint met een kleine tegenslag. Bij het aanvullen van de koelkast met de aangebroken versverpakkingen van thuis ontdek ik dat het koelkastlampje niet aangaat. De ijsjes voor onderweg die ik de vorige dag al in het vriesvakje had gelegd zijn zacht, zo ook de soepgroenten en soepballetjes die we voor een klein pannetje soep nog in huis hadden. We schroeven de luikjes voor de camperaccu en de schakelaar los, maar worden daar niet veel wijzer van. Ook met de handleiding komen we er niet uit. Wanneer we dan toch maar vertrekken blijkt de koelkast tijdens de rit wel te functioneren. Onderweg stoppen we nog even bij de dealer waar we de camper destijds gekocht hebben, maar die doet weinig moeite en adviseert de koelkast dan maar over te schakelen op gas. Omdat we voor de reis vlak bij het huis van mijn ouders langsrijden stoppen we even voor een bakje koffie en checken de stroomaansluiting nogmaals. Kennelijk heeft het resetten van de schakelaar het euvel geklaard, want nu functioneert alles weer. Gelukkig maar, want de luxe van een koelkast aan boord willen we toch niet graag missen.
Het is zwarte zaterdag, met veel files in het zuiden van Europa. Maar ook richting het noorden is het behoorlijk druk op de weg. Met veel vrachtverkeer en de eeuwige wegwerkzaamheden aan de snelwegen in Duitsland is de zaterdag niet onze favoriete reisdag. Als het enigszins kan vermijden we die. Iets minder ver Denemarken in dan gehoopt rijden we aan het begin van de avond de strandcamping bij Haderslev op voor een mooie plaats met uitzicht op de Lille Belt. Bootjes zeilen voorbij, er staat een visser tot zijn middel in het water een hengel te werpen en mensen zitten en wandelen op het strand. De vakantie is begonnen.
We hoeven geen wekker te zetten en kunnen even rustig ontbijten. De boot vertrekt pas om acht uur vanavond en het is maar vier uurtjes rijden vanaf hier. Er is ruim tijd voor een tussenstop in Randers, een stad met in het centrum veel oude panden met vakwerk in warme aardetinten en statige kerken en gebouwen aan klinkerstraatjes en pleinen. De stad maakt zich op voor, misschien wat vreemd zo aan het begin van augustus, het Oktoberfest van vanavond. De biertafels zijn al uitgeklapt op de terrassen. Podia voor livemuziek zijn al klaar en de plaatselijke muziekvereniging doet nog een soudcheck, het Sweet Caroline lokt ons naar de feesttent. Na een wandelingetje door het verder gesloten stadscentrum vervolgen we onze route naar de veerboot.
Stavanger
Voor de overtocht naar Noorwegen hebben we de nachtboot geboekt en komen maandagochtend om zeven uur al aan nabij Stavanger. Voor we de stad ingaan plannen we daarom nog twee stops op de route. Als eerste bezoeken we de vuurtoren Tungenes Fyr op het noordelijkste punt van de kuststrook Jæren. Daar kijken we de veerboot na die de reis vervolgt richting Bergen. Over ruim twee weken zullen ook wij in Bergen inchecken voor de terugreis en deze fjord doorkruisen.
Het is ondertussen acht uur in de ochtend en we gaan even bij een tandarts langs vanwege de ontstoken kies van mijn man. Enkele weken geleden is aan deze kies gesleuteld en hij is nu pijnlijk gaan ontsteken. Na het maken van een foto konden we een kuur halen bij de apotheek en onze reis vervolgen. Nu maar hopen dat de klachten snel af zullen nemen.
Stavanger heeft een mooi oud centrum met witgeverfde houten huizen, gezellige en ook hippe winkelstraten met felgekleurde pandjes en een mooi park rond een imposante domkerk. We nemen een koffie met Noorse wafels in wat waarschijnlijk het oudste houten pand van de binnenstad is, Skagen 18, het voormalige Deense consulaat. Het is ingericht met knusse zitjes van een ratjetoe aan tafeltjes met fauteuils en eetkamerstoelen. Het serviesgoed lijkt ook rechtstreeks van de kringloop te komen, er is geen kopje of schoteltje hetzelfde. Kennelijk is het een populair adresje voor zowel toeristen als de locals, het loopt er af en aan. Verder is Stavanger een en al havengebied. Een groot deel van de bezoekers deze ochtend komt van de twee reusachtige cruiseschepen die in deze pittoreske setting het uitzicht belemmeren. Ze liggen als varende flats tussen de nostalgische havengebouwtjes en de oude vissersboten.
Na de wandeling verlaten we de stad om een camping te zoeken aan de kust. Het kustgebied Jæren, met akkerbouw, rotsen, duinen en zandstrand loopt van Tungenes Fyr in het noorden tot Brusand in het zuiden. Enkele jaren terug maakten we een rondje door de zuidpunt van Noorwegen en eindigden we de reis langs de kust met camping 183 uit onze gids, bij Brusand. Vandaag strijken we neer op camping 184, een kleine vijftig kilometer noordelijker, waarmee ons huidige rondje Noorwegen in feite verder gaat waar het vorige gebleven was.
De camping loopt in de loop van de avond helemaal vol, de laatsten arriveren in de schemering tegen tienen. Het is zoeken naar geschikte plekjes waarbij je elkaar niet klemzet. De camping kent geen genummerde of afgebakende kampeerplekken, maar is een parkachtig terrein met her en der stroompalen met een viertal aansluitingspunten en enkele sanitairgebouwen. Wanneer we de volgende dag aan het eind van de ochtend, na een relaxed ontbijtje, de camping verlaten is de helft van de bezoekers al vertrokken en zijn er nog verscheidene aan het inpakken. We zijn klaar voor een nieuwe reisdag.
Åkrafjord, door Haugaland
Vandaag verruilen we regio Jæren voor het erboven gelegen Haugaland, de bakermat van de Vikingen. Met de veerboot en meerdere tunnels voert de route ons langs, over en onder scheren, eilanden, fjorden en meertjes. Langs de rotskusten veel dorpjes met aan het water de roodhouten boothuizen met aanlegsteigertjes. De grootschalige industrie op verscheidene plekken in en aan het water en het bijbehorend vrachttransport doen soms wat afbreuk aan de idyllische sfeer van deze groene regio met land- en bosbouw.
Na een regenachtig tochtje bereiken we in de middag de Åkrafjord en nestelen ons op een camping aan een klein haventje. Wetende dat in het overgrote deel van Europa hitteprotocollen in werking zijn getreden moeten wij de bui maar even in de camper uitzitten en ons tevreden stellen met de schitterende omgeving. In zo’n mooie groene omgeving moet je natuurlijk niet verbaasd zijn dat het er regelmatig ook even moet regenen om het zo fris groen te houden. Over een uurtje zal ook hier het wolkenfront overgedreven zijn.
Als de buien overgetrokken zijn ontwaakt een klein paradijsje. Het waterpijl in het haventje varieert onder invloed van het getij. En met het optrekken van de bewolking komt de overkant van de fjord als een kolossale oever opdoemen.
Sørfjord, langs Odda
De weg volgt de fjord landinwaarts met een reeks kilometers lange tunnels en de schitterende waterval, Langfoss, die onder de weg doordendert. Dan gaat de fjord over in ondiepe stroompjes waar het water rond de keitjes klotst die her en der verbreden in spiegelgladde bergmeren. Opeens rijden we weer een nevelwolk in. Ditmaal de waterval Låtefoss, die bijna op het wegdek uitkomt. We zijn al meerdere watervallen voorbij gereden, maar de mooiste worden bewegwijzerd, hebben een parkeergelegenheid en een kiosk voor souveniertjes. Na de regenbuien van gisteren hangt er een sprookjesachtige nevelsluier boven de bossen aan de oevers. Elk parkeerhaventje langs de weg grijpen we aan om even te stoppen en ons aan het natuurschoon te vergapen, met uiteraard een diarree aan foto’s tot gevolg.
Meerdere watervallen komen van de ijskap Folgefonna. Langs de route vangen we op meerdere plekken tussen de bergtoppen door een glimp van de ijsmassa op. Ten noorden van Odda rijden we de fruitstreek in met langs de oevers vele velden appelgaard, lage boompjes vol rode of groene appeltjes, maar ook kersen en pruimen, in keurige rijen. Cider is hier de regionale bestemming voor de appels.
Eidfjord
Naast ons landt een vliegtuigje in het water. Een heel stuk blijft het doorvaren om even later in de bocht van Kindarvik een hangard in te varen als ware het een boothuis. Bij deze bocht vertakt de bovenloop van de Hardangerfjord zich via de Utnefjord in de Sørfjord en de Eidfjord. Hier splitsen ook de wegen zich, richting Oslo en Bergen. Hiervoor is er in de tunnel een heuse rotonde uitgehakt. De camping aan het Eidfjordmeer is ons eindpunt voor vandaag.
Eidfjord zelf is een klein havenplaatsje dat dagelijks overspoeld wordt door ladingen toeristen van cruiseschepen. Gisteren lag er eentje, vandaag een andere. Het toerisme zorgt ook voor veel activiteiten op het water. Een veerpont vaart langs, een raft suist voorbij en watervliegtuigjes landen en stijgen op.
Even buiten de camping duikt de weg het rotsgebergte in. Een van de tunnels klimt zelfs als een spiraal omhoog, als rijden we in een parkeergarage. Dan naderen we een hypermodern parkeerterrein met groot nieuw sanitairgebouw en rijen laadpunten voor elektrische auto’s. Hier start een wandelpark rondom de Vøringsfossen, een stelsel van trappen en uitkijkpunten om deze waterval van alle kanten te kunnen bekijken.
Nærøyfjord, naar Gudvangen
In Ulvik lunchen we op een ligbankje in de gastenhaven van dit dromerige stadje aan weer een andere zijtak van de Hardangerfjord. Dan gaan we noordelijker, naar Gudvangen, gelegen aan de Nærøyfjord, een zijtak van de Sognefjord, de grootste fjord van Noorwegen. De weg volgt waar mogelijk het water, maar kan uiteraard niet zonder tunnels. De eerste tunnel die we tegenkomen is meer dan zeven kilometer lang en heeft ook een ondergrondse rotonde. Daarna volgen meerdere lange en korte tunnels. Tijdens de reis op deze zonovergoten dag blijven we onze zonnebrillen maar af- en opzetten.
Gudvangen zelf kun je nauwelijks een dorp noemen, het is meer de plaats waar de veerboot vertrekt naar Kaupangen. Maar vooral het plaatselijke Vikingcentrum lokt de toeristen naar dit puntje van de fjord. Een fraai openluchtmuseum waar acteurs demonstraties geven van oude ambachten en willen rechtzetten wat er zoal in de films en series aan onjuistheden gepresenteerd wordt over het vikingleven.
De Nærøyfjord is volgens onze reisgids de smalste fjord van Europa. Het voert tussen steile bergwanden door van wel 1400 meter hoog, waar tal van watervalletjes in lange slierten vanaf lopen. Vanaf onze camperplaats kijken we pal op zo’n rotsmuur, je moet er recht omhoog kijken om de blauwe lucht te zien.
Aurlandsfjord, via Flåm
Van Gudvangen is het twee tunnels door en dan ben je in Flåm. Deze plaats is het startpunt van een spoorlijn de bergen in, de Flåmsbana. Verder is het een aanlegplaats voor cruiseschepen en het vertrekpunt van een veerpontje. Gelukkig ligt er dit moment geen cruiseschip, het is er met de aanloop vanuit de touringcars, campers en andere toeristen al druk genoeg. De gezellige horecagelegenheden, souvenierwinkels, foodtrucks en bierbar verwelkomen de bezoekers in een nagebouwd scandinavisch dorp dat aandoet als het outletcentrum Bataviastad bij Lelystad.
Even verderop aan de Aurlandsfjord kiezen we niet voor de vierentwintig kilometer lange tunnel, maar nemen we de Bjørgavegen de hoogvlakte in. De eerste paar kilometers is het ritsen met de tegenliggers op de eenbaansweg met haarspeldbochten. De auto achter ons is niet de enige die na veel draaien en steken rechtsomkeert maakt, had het gekund, dan hadden wij dat ook vast gedaan, maar dan komen we op de kale toppen waar zelfs nog sneeuw ligt. Daar moeten we natuurlijk wel even doorheen lopen. Met zes graden en een briesje is het hier op 1300 meter hoogte best koud. Deze ervaring en dit landschap hadden we zeer zeker niet willen missen. We zijn blij dat we door hebben gezet, ook al hadden we natuurlijk weinig keuze toen we eenmaal deze route waren begonnen.
Sogndalsfjord
Bij het afdalen komt de bebossing weer terug, de watervallen en wildwaterstroompjes. Met langzaamaan meer huizen langs de weg naderen we Lærdal en gaan met een veerbootje de fjord over. Aan de overkant gaan we van de veerpont direct een volgende tunnel in. Genoeg voor vandaag, we pakken een camping aan het water bij het plaatsje Sogndal.
Vergeleken met de vorige plaatsjes is Sogndal echt wel een stad te noemen. Geen idyllische tafereeltjes maar veel bedrijvigheid, een aangename plek om voor de avond een camperplekje te zoeken en nog even langs het water te wandelen.
Fjærlandsfjord
Ook nu vervolgen we de volgende dag onze rondrit. We naderen al snel de eerste gletsjertongen van de ijskap Jostedalsbreen. Maar voor we de ijspartijen gaan bewonderen bezoeken we het boekendorp Fjærland aan de wel heel rustige Fjærlandsfjord. Op deze zomerse zondagmorgen dobbert er een bootje, wordt er wat gevist en hangen gezinnetjes op de picknickbankjes aan de kade. Om toch wat mee te kunnen liften op de toeristenstroom in de omgeving is hier jaren geleden bedacht de leegstaande panden te gebruiken voor opslag van tweedehands boeken. Je kunt er heerlijk rondsneupen en aan het einde van het dorp afrekenen. We kopen er geen boeken maar een aantal CD’s en een LP. Ook doneer ik er mijn roman die ik enkele dagen geleden uitgelezen heb.
Jostedalbreen, via Skei naar Stryn
Bij een mooie gletsjertong van de Jostedalsbreen moeten we natuurlijk ook even een ommetje maken. De ijsmassa met watervalletjes naar een gletsjermeertje is maar een klein stukje lopen van de parkeerplaats. Dan leidt een zes kilometer lange tunnel ons onder de gletsjertong door. Er is amper tijd om aan het zonlicht te wennen, want de volgende tunnel van zelfs acht kilometer dient zich alweer aan.
In Skei halen we wat boodschappen, waaronder garnalen-kaas-pasta. Volgens onze reisgids zijn de Noren gek op dergelijk broodbeleg uit een tube en zou je dit toch echt moeten proeven. Bij het verlaten van de supermarkt staan we opeens pal voor het Julehuset, een kerstwinkel met rendierprullaria en kerstkabouters. Maar dan valt ons oog op de Noorse truien en vesten die ze er verkopen en we zijn verkocht. De oudere winkelbediende die tot dan toe niet op had gekeken van zijn krant of wat hij maar aan het lezen was komt ons achterna en begint enthousiast te vertellen over de materialen en de patronen en laat vol trots de foto zien van koningin Sonja die er ook eenzelfde vest heeft gekocht. Terwijl wij afrekenen stopt er voor de winkeldeur een touringcar van Paulusma en stroomt de winkel vol Friezen uit onze regio, Kollum en Aldtsjerk. De verkoper wenkt mij terug naar de kassa en fluistert grinnikend in mijn oor dat wij waarschijnlijk meer uitgegeven hebben dan de hele bus straks bij elkaar.
Via een skigebied komen we ter hoogte van Utvik in het dal van de Utfjord. Hier weer fruitgaarden met appels en vooral pruimen. En na een paar tunnels rijden we weer op een gletsjertong van de Jostadelbreen aan. In het centrum voor gletsjeravonturen houden we de reis voor vandaag voor gezien. Vanuit Stryn en het nabijgelegen Loen kun je sneeuwexcursies maken en zelfs met een kabelbaan steil omhoog naar een restaurant aan de gletsjer. We weerstaan de verleiding en trekken morgen gewoon weer een stukje noordelijker.
In Stryn bevindt de camping zich midden in het plaatsje dat aan twee kanten van de doorgaande weg ligt. Zo eind van de zondagmiddag zijn de kermisattracties gesloten, maar de foodtrucks bedienen nog de laatste bezoekers. Wij schuiven aan voor gefrituurde garnalen met friet en gepofte aardappel met kip. Beide vallen er lekker in.
We zijn voor ons doen vroeg op vandaag. Wanneer we even na tienen de camping verlaten hangt de nevel nog in het dal en rond de bergtoppen. We volgen de bochtige weg naar boven. En al wat je daar verwacht, maar toch zeker geen tankstation. Onderweg komt de ene na de andere touringcar ons tegemoet, reisleidsters met microfoon voorin. Allemaal opweg naar de gletsjers waarschijnlijk en naar het Julehuset?
Geirangerfjord, via Hellesylt
Ook de veerboot door de Geirangerford schrappen we na veel wikken en wegen van ons lijstje. Hoewel het volgens meerdere reisgidsen de mooiste fjord zou zijn kiezen we na een week bergen en dalen voor de kust. Na al dat groen verlangen we toch echt naar open water. Vanaf het badhuis van Hellesylt kunnen we ook al een aardig end de fjord inkijken.
Direct buiten Hellesylt gaan wij weer een tunnel in, om er na zo’n vier kilometer in een dikke mist weer uit te komen. Bij Stranda steken we de volgende fjord over en zetten koers naar aardbeiendorp Valldal. In dit zonnige dal zien we weer appelgaarden en ook veel outdoor fanaten. Valldal is een uitvalsbasis voor een hike of tocht naar de Trollveggen, een rotsformatie in de Romsdalvallei, maar het feit dat Valldal een centrum is voor de aardbeienkweek weten ze niet echt te vermarkten, het blijft beperkt tot een enkel informatiebord in het haventje en een verdwaald jampotje in een etalage.
Romsdalsfjord, naar Molde
Tot aan onze laatste oversteek komen er touringcars ons tegemoet. Onze rit voor vandaag eindigt op een camping bij Molde, aan de noordelijke oever van de Romsdalsfjord, wat ook wel de Noordelijke IJszee wordt genoemd.
Om een uur of zes schrikken we wakker, een vliegtuig komt laag over. De camping ligt in het verlengde van de start- en landingsbaan en het zijn geen kleine jongens die overvliegen. Ook het woon- werkverkeer is al op gang gekomen. Gisteren arriveerden we in de spits en vanochtend gaat eenzelfde stroom weer richting de stad voor het werk en school niet te vergeten. Ik ben even naar buiten gegaan om in de ochtendzon over het water naar de Romsdalsalpana te kijken, want niet zozeer het stadje zelf maar de omgeving maken van Molde een trekpleister. Volgens de voorspellingen wordt het in de loop van de ochtend steeds bewolkter. We haasten ons daarom naar de supermarkt aan de overkant van de doorgaande weg. Molde is een langgerekte stad, geperst tussen de bergen en het water. We hadden voor het overzicht het uitkijkpunt van de stad nog willen beklimmen, het beeld van de jazzmuzikant aan het water en de rozenperken waar de stad om bekend staat willen zien, maar alles is inmiddels in een grauwe nevel gehuld.
Kristiansund
Via de Gjemnessundbrug en een lange tunnel hoppen we van eiland naar eiland tot we bij de drie zijn waar Kristiansund op ligt. Onderweg horen we het vertrouwde geluid van zeemeeuwen al, een teken dat we open water naderen. Kristiansund heeft een binnenhaven waar de drie stadsdelen aan grenzen, met houten pakhuizen en scheepswerven. De oude scheepswerf Mellemwerft is nog in gebruik, zei het grotendeels als museum. De stad heeft haar rijkdom te danken aan de handel in Klippfisk, gezouten en op rotsen gedroogde vis.
In de stad kopen we een fles cider uit de streek boven Stavanger. Alcoholische dranken mogen in Noorwegen niet in de supermarkten en zeker niet in kraampjes aan de straat worden verkocht. Een flesje of blikje bier kun je wel in de supermarkt kopen, maar voor een speciaalbier of flesje wijn of sterke drank moet je naar een slijterij. Voor een Westmalle Tripel betaal je er al snel zes euro en een flesje wijn onder de vijftien euro kun je er bijna niet vinden.
Kristiansund is het keerpunt van onze reis. Even ten zuiden van de stad nemen wij, net als eigenlijk alle andere toeristen, de Atlantische kustweg, de Atlanterhavsveien. Het is een lange kronkelende aaneenschakeling van bruggen tussen rotseilanden en scheren. Deze kustweg is maar acht kilometer lang, maar geldt zeker als een van de highlights die je volgens de reisgidsen zou moeten zien. Het is inderdaad een hele bijzondere rit, waarbij er meerdere mogelijkheden zijn om even te stoppen.
Bud
Voor de reis van Stavanger naar Kristiansund hebben we de fjorden iets landinwaarts overgestoken. De terugreis van Kristiansund naar Bergen zullen we zoveel mogelijk de kustlijn volgen. Na de Atlantische kustweg steken we hiervoor Averøya over en buigen af voor de kustweg naar het havenplaatsje Bud, een erg stil havenstadje met rode en witte houten woningen en vooral boothuizen. Het is helemaal ingericht op de pleziervisserij. Aan de haven visschoonmaakplekken, openbare barbecues en op de camping een gebouwtje met grote vrieskisten voor de vangst. Dat er gretig gebruik van wordt gemaakt is goed te ruiken.
Eind van de middag besluiten we nog spontaan gebruik te maken van de mogelijkheden om een wasje te draaien. Het is altijd een heel ritueel, met meerdere campinggasten je verdringen bij de paar apparaten. Wie er na wie de droger kan gebruiken, een was die net niet droog genoeg wordt en toch nog ergens uitgehangen moet worden. De moeders van twee Duitse jonge gezinnetjes hebben hiervoor een camping droogmolentje meegenomen, die ze in het halletje enigszins uit kunnen klappen. Omdat de draden daardoor niet helemaal gespannen zijn moeten ze de was goed verdelen, zodat het niet op de grond hangt. Wij hangen het onze nog even buiten, maar moeten eind van de avond toch ons rekje even in de schaarse loopruimte van de camper parkeren. Door al dit geheisa zitten we pas tegen negenen aan ons biefstukje. Ons voornemen om het ‘s avonds niet te laat te maken sneuvelt dan ook vandaag. Niet getreurd, slapen we gewoon wat langer uit.
Toch rijden we de volgende ochtend al voor twaalven de camping weer af. De bergen zijn ook aan de kust nog steeds hoog, maar de oevers platter en breder, langs de route dan ook veel grote boerderijen.
De kust bestaat uit ontelbare eilanden en schiereilanden, allen met bergen met hoogtes van wel een paar honderd meter. Hierdoor is het weer tijdens de rit steeds wisselend. Zo gaan we de ene keer met een helder blauwe lucht een tunnel in, om er in een dichte bewolking weer uit te komen. Of we rijden in een regenbui op een berg aan en is er aan de andere kant nooit een drup gevallen.
Op de route van vandaag hebben we meerdere bruggen, tunnels en veerboten. Bij de eerste veerboot van vandaag konden we direct aan boord, bij de tweede moeten we een klein uurtje wachten. We hadden zojuist een lunch gekocht, dus een prima moment om even te pauzeren, een partijtje te schaken en wat te lezen. Van de overtocht krijgen we helaas niet meer mee dan het geluid van de motoren, het zachte deinen en boven de reling van het autodek zien we alleen de toppen van de bergen waar we tussendoor varen. Vlak voor we aanleggen drukt de veerman nog snel een nieuw dotje snus onder zijn bovenlip en bij de halte in de veerhaven staan meerdere tieners te wachten om aan boord te gaan. Het is tegen drieen, hun schooldag zal erop zitten. Verbazend dat er in al deze afgelegen gebieden toch steeds mensen blijken te wonen.
Ålesund
In Ålesund pakken we de stadscamping, niet omdat we daar zo dol op zijn, maar omdat we dan lopend naar het centrum kunnen. Doordat de binnenstad in 1904 bijna volledig is afgebrand en met pastelkleurige stenen huizen in art-nouveaustijl in plaats van de traditionele houten pakhuizen opnieuw gebouwd is heeft het een heel andere sfeer dan andere scandinavische havensteden. De wederopbouw is destijds grotendeels gefinancierd door de Duitse keizer Wilhelm II. Het is duidelijk dat de stad hem daar nog steeds ontzettend dankbaar voor is. De straat aan de haven draagt zijn naam, maar ook meerdere boten en kroegen.
Vågsøy, met Måløy en Krakenes Fyr
Via een brug komen we op het eiland Sula, aan de Sulafjord. Het eiland is een grote rots, alleen bewoond aan de zuidkant. Met de veerboot verlaten we het eiland aan de andere kant en steken over naar weer een ander eiland. Vandaag zal het veel eilandhoppen worden. Groen bemoste en beboste punten, met her en der heidevelden, blijven maar uit het water oprijzen.
Ons doel voor vandaag is het eiland Vågsøy. Het is een grillig gevormd eiland met drie bezienswaardige vuurtorens, een langgerekte handelsplaats met straten evenwijdig aan het water en vlakke baaien tussen kliffen. Het schijnen hierdoor ideale surfstranden te zijn.
Via een lange hoge brug kun je het eiland bereiken, of met een cruiseschip uiteraard. Als uit het niets duikt er eentje op als we de berg passeren en de brug oprijden. We zien in de haven de vakantiegangers van boord gaan, waar ze zich kunnen voegen bij de attracties van hun keuze. Er zijn dranghekken opgesteld als in een luchthaven of een pretpark. Er verzamelen zich rijen voor het raften, het quadrijden en de rondrit over het eiland. Uiteraard is er ook nog tijd voor de beide souvenierwinkeltjes in de havenplaats, want verder is er in het stadje Måløy niet echt te zien of te doen.
Wij slenteren er een beetje rond en pakken dan de twintig kilometer lange smalle weg door het kale hoogland naar de vuurtoren Kråkenes Fyr. Het uitzicht is adembenemend, de vuurtoren zelf niet echt, maar de plek zeer zeker ook. Op het uiterste puntje leunt het tegen de rotskust boven zee. In de Kråkenes Fyr kun je ook een hotelkamer boeken, de Stormsuite.
We hadden onderweg naar deze ruige plek al gekscherend tegen elkaar gezegd, “het zal toch niet … “, maar wel dus. Op het kleine parkeerterreintje bij de vuurtoren staan er behalve een paar campertjes ook een touringcar en een taxi, een lange stoet Italianen daalt het pad van de vuurtoren net weer af. Wanneer we de route terug nemen komen ons op de smalle weg, waar je af en toe een tegenligger even via een zijhaventje moet laten passeren, meerdere touringcars en taxi’s tegemoet, die met een nieuwe lading toeristen richting de vuurtoren gaan. Ook bij de kleine baai tussen de kliffen stopt de touringcar en stapt een gezelschap uit. De camping in deze baai blijkt gesloten. We houden daarom Vågsøy voor gezien.
Omdat aan zee de campings gesloten zijn of verlaten gaan we een stuk de fjord in voor onze overnachting. Onderweg komen we nog wat campers op parkeerplaatsen tegen. Tenzij er wordt aangegeven dat het niet is toegestaan, wat meestal in de bebouwde kom of bij attracties het geval is, mag je in Noorwegen overal wildkamperen. Maar op zo’n verlaten parkeerplaats in the middle of nowhere zullen wij geen oog dicht doen. Wij geven de voorkeur aan een plekje op een camping. Ook om er even lekker te douchen, het vuile water en het toilet te lozen en fris drinkwater bij te vullen. Aan de Gloppefjord vinden we een leuke camping aan het water. De bergen zijn er alweer zo hoog dat er sneeuw op de toppen ligt en de watervallen er in lange strepen van grote hoogte de fjord in stromen.
Florø
De route terug naar de kust is spectaculair mooi. Helemaal met daarbij de BBC Proms op de autoradio. De weg blijft maar klimmen, tot we bij een bergmeer, het Fullskjeggemeer, zijn waar een waterval ontspringt. Het water klotst er letterlijk over de rand. De picknickplek ligt er bezaaid met koeienvlaaien. We hadden de roodbonte koeien onderweg al in de bossen zien grazen.
De meest westelijk gelegen stad Florø is een industrie- en havenstad. Rond het haventje in het oude centrum kun je bij de houten pakhuizen, winkeltjes en kroegen nog de sfeer van weleer proeven. Er omheen liggen de werkhavens en de veerhaven naar de eilandjes rondom.
In de Solheimsfjord, ook wel Sunnfjord genoemd, ligt een knots van een viskwekerij voor zalm en forel, met basins van een paar honderd meter diep. Op tal van plekken kwamen we al kwekerijen voorbij, maar volgens de informatieborden op de erboven gelegen parkeerplaats is dit wel een van de grootsten.
Fjorden worden zeestraten
De route van vandaag volgt een heel stuk de noordoever van de Sognefjord. Zo’n vijftien kilometer voor de fjord overgaat in een zeestraat, de Sognesjøen, ligt de camping bij Brekke, waar wij een paar daagjes gaan genieten van het uitzicht. Het water heeft hier een behoorlijke golfslag die zorgt voor zeegeluiden, aangevuld met het gekrijs van meeuwen, die waarschijnlijk op de naastgelegen viskwekerij afkomen. Je kunt de hele dag wel naar de oevers van de fjord blijven kijken, met het draaien van de zon wordt steeds een ander deel belicht. De eerst donkere bergen krijgen kleur en relief. Sommige bergen kleuren in meerdere kleuren groen, andere blijken grijze steenmassa’s met vertikale groeven. Weer verderop zijn alleen de toppen kaal en hebben zelfs een ijskap. Wanneer in de avond de zon in de lengte de fjord in schijnt zie je ineens heel goed dat het water ver landinwaarts doorloopt.
Onderweg naar Bergen, de voormalige hoofdstad, genieten we van de laatste kilometers langs de fjorden. Bij het naderen van de kust worden de oevers rafeliger, in en aan het water zien we steeds meer reusachtige keien, maar de bergen zelf blijven ook hier nog steeds hoog en groen.
Bergen
Voor onze bezoekjes aan het centrum van Bergen hebben we een camping iets buiten de stad gekozen, vanwaar we met het openbaar vervoer naar de stad zullen reizen. Om zoveel mogelijk gasten te kunnen bergen worden alle hoekjes van het terrein benut. Kleine campers staan in een spiraalvorm over meerdere etages ingedeeld met een driehoekje groen. Grotere campers en caravans staan op het vlakke terrein langs het water en overal waar nog een stukje groen overblijft worden de trekkerstentjes gestald. Dan zijn er aan de randen nog huisjes in de verhuur. Op elk toiletgebouwtje hangen de bustijden, want laten we eerlijk zijn, zo’n camping kies je maar met een doel en dat is niet om er je boek uit te lezen en te zonnebaden.
Voor nog geen tientje heb je een dagkaart voor het openbaarvervoer, waarmee je de hele dag in regio stad in en uit kunt stappen. Bij de bushalte naast de ingang van de camping begint onze eerste dag Bergen. De stad ligt tussen zeven bergtoppen, twee daarvan kun je vanuit het centrum gemakkelijk naartoe. Fløyen is ruim vierhonderd meter hoog en je kunt er heen met een treintje. Wij kiezen voor het uitzicht vanaf Ulriken, op meer dan zeshonderd meter hoogte. Er loopt een wandelroute met heel veel treden naar boven, maar wij nemen de kabelbaan. Het uitzicht is schitterend. Vanwege het stralende weer kunnen we niet alleen de stad, maar ook de eilanden en de scheren voor de kust heel goed zien. We lopen nog een stuk in de andere richting door de groene hoogvlakte met meertjes waar schapen met bellen grazen.
Verder beperken we de stadsverkenning deze eerste dag tot een wandeling door de wijk Skansen aan de oostkant, met houten huizen kriskras aan klinkerstraatjes met trappetjes. De volgende dag reizen we weer met het openbaar vervoer tot het stadscentrum. Het eerst ploffen ook wij neer bij een eettentje aan de Fisketorget, de vismarkt, maar wij houden het bij een verse wafel. Dan gaan we op in de meute voor de winkeltjes in de wijk Bryggen, met oude houten straatjes en steegjes tussen de gekleurde gevels. Verderop langs de haven ligt een park met restanten van de oude vesting.
Het stadsdeel Nordnes ligt op een schiereland tussen de natuurlijke haven Vågen en de veerhaven. In het midden heeft het een lange winkelstraat, waarlangs vele nauwe steigende en dalende straatjes met houten huizen en een groenstrook die in de punt uitloopt in een zeer fraai park met zwempier. Vanwege de vele scheepvaart wordt aangegeven dat zwemmen hier wel op eigen risico is.
Met vele kilometers in de benen, een rugtas vol souveniers, een lading aan gemaakte foto’s en vooral een zeer tevreden gevoel over deze rondreis door het land van de fjorden laten wij ons weer naar de camping brengen. Morgenochtend zullen we de camper naar Bergen rijden voor de terugvaart naar Denemarken.
Om twee uur in de middag gaan we weer aan boord. Van Bergen gaat de vaarroute naar Stavanger door meerdere fjorden die van noord naar zuid lopen en dus dwars op de fjorden landinwaarts. Hierdoor kunnen we mooi afscheid nemen van de regio waar we de afgelopen weken hebben rondgetrokken. Aan het begin van de avond steken we de fjord boven Stavanger over, waar onze rondrit begon. Daar gaan de laatste gasten aan boord. Het wordt donker, we gaan wat eten en nog even genieten van het avondprogramma. De volgende ochtend zijn we al vroeg in Hirtshals en volgt de lange reis weer naar huis. Het was weer een mooie reis!
(aug-sept 2025)